Een diploma in kunst is nog geen bewijs van kunstenaarschap

Een diploma in kunst is nog geen bewijs van kunstenaarschap
Laat ik beginnen met iets duidelijk te stellen: ik heb absoluut niets tegen academisch opgeleide kunstenaars. Integendeel. Een goede kunstopleiding kan een enorme meerwaarde zijn. Je leert technieken, maakt kennis met kunstgeschiedenis, ontdekt andere manieren van kijken en leert kritisch nadenken over je eigen werk.
Maar een diploma maakt van iemand nog geen kunstenaar. Net zoals een dure camera van iemand nog geen goede fotograaf maakt.
Wat me binnen de kunstwereld soms stoort, is de hautaine houding van bepaalde kunstenaars die hun academische opleiding blijkbaar beschouwen als een bewijs van artistieke superioriteit. Alsof wie niet langs een kunstacademie is gepasseerd, automatisch een trapje lager staat.
Een soort artistieke adel, maar dan met een diploma in plaats van een familiewapen.
Wanneer het verhaal belangrijker wordt dan het werk
Vooral binnen de fotografie kom je soms merkwaardige dingen tegen.
Foto's die op zichzelf weinig voorstellen, maar vergezeld gaan van indrukwekkende teksten vol filosofische verwijzingen, ingewikkelde begrippen en diepzinnige verklaringen.
Er bestaat blijkbaar een soort kunstenaar die meer tijd besteedt aan het uitleggen van zijn werk dan aan het maken ervan.
Je kent ze wel. Mensen die nauwelijks over hun creaties kunnen spreken zonder begrippen als gelaagdheid, deconstructie, existentiële spanning of het bevragen van de werkelijkheid boven te halen.
Een foto van een lege stoel wordt plots een diepgaand onderzoek naar menselijke afwezigheid. Een onscherp portret is een reflectie op de vergankelijkheid van onze identiteit. En een ongelukkige kadrering wordt voorgesteld als een bewuste confrontatie met de traditionele beeldtaal.
Klinkt indrukwekkend. Maar is het dat ook?
Soms vraag ik me af of ik naar een foto kijk of naar een academische verhandeling waarvoor toevallig nog een afbeelding nodig was.
Begrijp me niet verkeerd. Ik heb niets tegen conceptuele fotografie. Een goed idee kan een beeld absoluut versterken. Maar dat concept moet toch ergens zichtbaar of voelbaar zijn in het uiteindelijke werk.
Een zwakke foto wordt geen sterk kunstwerk omdat je er achteraf een ingewikkeld verhaal bij verzint.
Nog merkwaardiger wordt het wanneer de fotograaf nauwelijks zelf fotografeert, maar vooral bezig is met het eindeloos manipuleren, combineren en bewerken van beelden. Soms zelfs beelden die niet eens door hem of haar gemaakt zijn.
Daar kan best interessante beeldende kunst uit ontstaan. Maar laten we het dan ook zo noemen, in plaats van automatisch alles onder fotografie te schuiven.
Soms lijkt het alsof zelf een foto maken nog slechts een vervelende tussenstap is in het artistieke proces.
En uiteraard krijgt het eindresultaat vervolgens een voldoende raadselachtige titel om elke kritische vraag overbodig te maken.
Wie het niet begrijpt, zal wel niet genoeg van kunst kennen.
Handig toch?
Voor mij begint fotografie nog altijd met zelf kijken, zelf ontdekken en zelf fotograferen. Wat je achteraf met die beelden doet, is een ander verhaal. Maar ergens moet er toch nog een fotograaf aan te pas komen.
Kunst hoeft niet voortdurend uitgelegd te worden
Ik heb bewondering voor kunstenaars die technisch onderlegd zijn, een eigen visie hebben en hun werk kritisch durven bekijken. Of ze nu academisch geschoold zijn of volledig autodidact.
Waar ik minder bewondering voor heb, is de behoefte om kunst voortdurend intellectueel op te waarderen met verklaringen die soms interessanter zijn dan het werk zelf.
Een foto mag vragen oproepen, verwarren, ontroeren of zelfs helemaal niets verklaren. Niet elk beeld heeft een filosofische handleiding nodig.
In mijn eigen fotografie probeer ik vooral beter te leren kijken. Naar mensen, beweging, licht, toevallige ontmoetingen, reflecties en kleine dingen die anderen misschien voorbijlopen.
De laatste tijd probeer ik ook inzichten uit de Japanse filosofie in mijn fotografie te verwerken. Niet om mijn foto's een diepzinniger etiket te geven, maar om bewuster om te gaan met vergankelijkheid, imperfectie, suggestie en wat ik bewust buiten het beeld laat.
Dat is voor mij een persoonlijke zoektocht. Geen academische theorie die ik achteraf over mijn foto's giet.
Mijn fotografie hoeft niet perfect te zijn. Ze moet wel van mij zijn. Ontstaan uit mijn eigen waarneming, mijn keuzes en mijn manier van kijken.
Artistieke kwaliteit kun je niet diplomeren
Er zijn fantastische kunstenaars met een academische opleiding, net zoals er bijzonder getalenteerde autodidacten zijn. En laten we eerlijk zijn, in beide groepen loopt ook behoorlijk wat middelmatigheid rond.
Uiteindelijk gaat het niet om waar je gestudeerd hebt, maar om wat je maakt en wat je daarmee weet over te brengen.
Een diploma bewijst dat je een opleiding hebt gevolgd. Niet dat je meer talent, verbeelding of artistiek inzicht hebt dan iemand zonder dat papiertje.
Een kunstacademie kan je leren hoe je kunst maakt, bespreekt en analyseert. Maar talent krijg je er niet automatisch bij. En blijkbaar staat bescheidenheid ook niet overal op het lessenrooster.
Persoonlijk interesseert het mij weinig welke diploma's een kunstenaar op zak heeft. Ik kijk liever naar een sterke foto van een onbekende amateur dan naar een middelmatig beeld van iemand met een indrukwekkend artistiek curriculum en vijf pagina's uitleg.
Kunst verdient respect, zeker. Maar dat respect verdien je met wat je maakt, niet met wat er op je diploma staat.
Ik heb liever een foto die mij even doet stilstaan dan een kunstenaar die mij twintig minuten probeert uit te leggen waarom ik zou moeten stilstaan.
Een sterke foto hoeft niet alles prijs te geven. Maar wanneer vooral het verhaal eromheen indruk maakt, vraag ik me toch af waar de artistieke verdienste precies ligt.
Want een slechte foto wordt geen kunstwerk door er een filosofisch verhaal aan vast te knopen.
Gebakken lucht blijft gebakken lucht, ook wanneer je er een artistiek etiket op kleeft.
Kijk, dat vind ik er dus van. En wie het schoentje past, trekke het aan…

Opmerkingen